Moeilijk omdat werkelijk alles gevonden kan worden. Daarnaast wordt alles wat gevonden wordt ook betwijfeld en elke mening, hoe tegenstrijdig met andere meningen dan ook bestaat wel. Ook objectieve - of in ieder geval onbetwiste - methode (hermeneutiek) om uiteindelijk ergens de ware van de onware meningen te scheiden, ontbreken.
Dit besef is uiterst irritant, verlammend en deprimerend, maar hoe dan ook: ik wil niet in de zinloosheid en de verlamming die zo’n constatering met zich meebrengt, blijven hangen. Ik wil in ieder geval hartgrondig geprobeerd hebben, mezelf aan mijn haren uit het postmoderne moeras van relativering, vervreemding en twijfel omhoog te trekken. En als het niet lukt hoop ik in ieder geval dat het wel mogelijk is om dit soort moeilijke gegevens een leefbare plaats in mijn gedachtewereld te geven.
Wat is de oorzaak van het feit dat allerlei tegenstrijdige meningen gevonden worden?
Soms duurt het even voordat de impact van bepaalde inzichten zich helemaal in je genesteld hebben tot een volledig en doorleefd besef. Zo ook was dit het geval met het lezen van het boek ‘policy paradox’. Policy paradox is ontsproten uit het brein van Deborah Stone. Zij zat met de volgende vraag:
Hoe kan het dat politici dingen vinden en kunnen onderbouwen, terwijl andere politici tegenovergestelde dingen vinden en onderbouwen?
Een vraag die, zo schat ik in, past op meer dan alleen de politieke realiteit. Omdat het antwoord van Deborah Stone zo goed lijkt te passen, zo onweerlegbaar lijkt, verontschuldig ik me bij deze alvast wanneer ik een open deur blijk te hebben ingetrapt. Stone stelt het volgende antwoord op de vraag waarom alles niet alleen gevonden, maar ook nog redelijk onderbouwd kan worden:
Wij denken in categorieën maar die categorieën bestaan alleen in ons hoofd, niet in de werkelijkheid. De werkelijkheid bestaat niet uit strak omlijnde categorieën maar uit continueen.
Ons redeneren is gebaseerd op het structureren en categoriseren van de wereld om ons heen. We structuren de dingen om ons heen door ze te categoriseren, kaders te bedenken, lijnen te trekken en te bepalen wat er binnen en erbuiten valt. Met die categorieën gaan we vervolgens denken. Denken in oorzaak en gevolg, goed en slecht enz. enz. Dit definiëren van categorieën - lijnen zetten - is naast het aan de slag gaan met die categorieën zelf ook een sociaal proces dat meer of minder tijdgebonden en arbitrair is. We gaan kortom niet op zoek naar de categorieën in de werkelijkheid, er is geen ‘wezen van de dingen’ dat je kunt ontdekken als je alle toevalligheden wegdoet. Geen tijdloze, ware categorieën die je vindt als je maar goed naar de wereld kijk. Nee, we creëeren de categorieën zelf, definiëren zelf en in debat met anderen in de maatschappij. Het hangt daarmee van 1001 factoren af hoe de definities gehanteerd en begrepen worden. (Factoren als machtspelletjes en eigen belangen niet uitgesloten.)
Zo kan het zijn dat socialistische mensen zeggen: ‘we moeten naar een eerlijker samenleving’ en vinden op basis daarvan inkomensnivellering wenselijk. Tegelijkertijd zeggen liberale mensen ‘we moeten naar een eerlijker samenleving’ en dragen de overheid op om op basis hiervan niet te veel te nivelleren.
Welk van de twee is nu het meest ‘eerlijk’?
Ook categorieën die zich exacter of meetbaarder voordoen dan ‘eerlijkheid’ zorgen voor problemen. Zo zeggen klimaatdeskundigen zonder auto: de aarde gaat ten onder aan 'opwarming van de aarde’ en gebruiken allerlei cijfers om het verband tussen CO2 en opwarming aan te duiden en zo hun gelijk te staven. Klimaatdeskundigen mét een auto definiëren anders, vergelijken anders, maken hun eigen categorieën en stellen dat het niet zo erg is als degenen zonder auto willen doen geloven.
En we kunnen nog dichter bij huis en schijnbaar nog exacter kijken en toch in de war raken: 'werkloosheid' is toch gewoon het tellen van mensen zonder baan? En het is toch gewoon slecht voor de economie? Maar helaas: vroeger gingen de alarmbellen en de economische maatregelen pas na een veel hoger percentage werkloosheid rinkelen dan nu. 10%? Ach, waar maken we ons druk om.
Het probleem is wat we een probleem vinden. Hoe we het probleem definiëren! Wanneer subjectieve cijfers een arbitraire grens doorbreken, dan is iets een probleem. Trouwens, wat is werkloosheid eigenlijk? Als je de werkloosheid erg vindt, dan tel je in je analyses toch gewoon alle mensen die geen baan hebben - ongeacht of ze er ook een zoeken - mee. Als je het probleem niet wenst dan tel je alleen degenen die ingeschreven staan bij het arbeidsbureau. Maar wat is precies een arbeidsbureau? Tellen we werklozen vanaf 15 jaar? Moet je minstens een maand gezocht hebben? Hoeveel sollicitaties per maand staan gelijk aan 'echt' zoeken?
En het gaat nog verder, nog concreter, nog 'schijnbaar onaanvechtbaarder': is een siamese tweeling 1 of 2 personen? Pietluttig? Irrelevant? Misschien. Maar niet voor bijvoorbeeld een gemeentelijke uitkeringsinstantie die toch echt een antwoord zal moeten hebben op deze vraag. Ook 'pietluttig' is een bediscussieerbare categorie.
Alle categorieën zijn bediscussieerbare want mentale constructies. Tellen is categoriseren! Iets valt er buiten iets valt er binnen. Categoriseren is: arbitraire, harde lijnen zetten in een wereld die alleen in tijd en cultuur verglijdende continuen kent. Sprekend is het vreemde gegeven dat elke partij in onze democratie zijn eigen wetenschappelijke bureau heeft. Elke partij weet dat neutrale meningen en neutrale cijfers niet bestaan en richten daarom hun eigen wetenschappelijke bureaus in. En geef toe: we zien die van GroenLinks nog niet publiceren dat een snelweg de beste 'wetenschappelijke' optie is. Net zo min als dat die van de VVD zal 'ontdekken' dat het goed zou zijn dat hogere inkomens nog wat meer aangepakt worden.
'The definition of categories determines how a count will come out. Categories are human mental constructs in a world that has only continua. (…) Not that there is no reality apart from social meanings, but that we can know reality only by categorizing it, naming it, and giving it meaning. (…) it is as true in the social world as in the natural world. (…) A botanist wonders when a plant stem stops being soft tissue and becomes wood. There are no objective answers to these questions, because nature doesn’t have categories; people do.'
De werkelijkheid heeft geen categorieën en derhalve geen betekenis. Wij geven die categorieën en dus betekenis aan de werkelijkheid.
Als we Deborah Stone moeten geloven, dan lijkt de wereld wel wat op een visualisering van muziek, zoals het programma Winamp dat kan.Zoals we allemaal weten: in een winampvisualisering van muziek lopen kleuren langzaam in elkaar over. Bovendien is er volop beweging. Categorieën rekken of krimpen door de beweging, verliezen of winnen aan kleur. Grenzen zijn of worden daarmee arbitrair, onduidelijk, tijdelijk, met uitzonderingen enz. enz. We zien op een moment wel lichtgroen maar tot waar loopt lichtgroen en waar wordt het donkergroen? Inderdaad... waar wij afspreken dat het donkergroen wordt. Denken is vervolgens vergelijkbaar met het proberen te trekken van een rechte lijn in deze visualisering. Probeer maar eens een lijn te zetten om een groen vlak.
Nogmaals Stone want eigenlijk zegt zij alles veel beter dan ik:
"We might be tempted to write off the problem of the Siamese twin as an insignificant rarity, but the question it raises comes mighty close to ones we ask in contemporary policy debates: is a fetus a person? Is a frozen fertilized ovum a person? When does life end? Is the person who shoots someone, sending him into irreversible brain death, guilty of murder?"
Eronderuit
Maar er is in de winamp-visualisering toch wel écht sprake van écht paars. Als je maar naar het centrum van een vlak kijkt zie je toch echt paarser dan paars. Pas aan de randjes gaan we twijfelen. We noemen het paars daar waar we het ook geel hadden kunnen noemen, maar we zijn het eens over dat het tot deze categorie behoort. Soms is iemand dood en is er geen twijfel over de categorie of discussie over de mate van hersenbewustzijn. Er is overeenstemming en de hele bende is niet compleet subjectief. Toch?
There are, to be sure, objective facts underlying all these situations. The fetus could probably be described as consisting of certain kinds of tissues, with a determinable weight, chemical composition, and anatomical formation. But these kinds of facts are simply not the ones that matter in politics. What people care about and fight about are interpretations of personhood, shootings, wars and economies. What communities decide about when they make policy is meaning, not matter. And science cannot settle questions of meaning. Given a world of continua, there is infinite choice about how to classify.
-----------
Citaten uit:
Stone D., Policy Paradox. (2001). New York/London: W.W. Norton &. Company