Tessa: als jij van je geloof af zou vallen, dan zou je door mij, omdat ik wel blijft geloven, tóch geheiligd zijn.
Gerben: Oh ja? Waar staat dat dan?
Tessa: 1 Tessa 1 vers 1
Ware het niet dat de Bijbelse verantwoording van deze verklaring van mijn vrouw niet alleen in 1 Tessa 1 vers 1, maar ook in 1 korintiërs 7:14 te vinden is... dan zou menig theoloog van bovenstaand gesprek kromme tenen krijgen. Dit is je reinste projectie van eigen wensen en verlangens op je geloofsovertuiging. Schande! Want die overtuiging moet toch - sola scriptura - alleen op de bijbel gestoeld zijn.
Alleen de Bijbel...
Dit theologisch, hermeneutische uitgangspunt is makkelijker gezegd dan gedaan. We slaan de volgende problematiserende vragen over de Bijbel zelf even over;
----------------------
- Welke van de vele overgeleverde tekstfragmenten van de Bijbel? Wat als ze niet met elkaar overeenstemmen?;
- Welke vertaalmethode toegepast op deze grondteksten?;
- Welke boeken van de Bijbel? Ook de deuterocanonieke?;
- Gebruiken we van het OT de versie die de schrijvers van het NT ook gebruiken, of kiezen we oudere Hebreeuwse en deels Aramese teksten?
- De Hebreeuwse teksten met aantekeningen, aanpassingen en vocalisatie van latere Joodse Rabbijnen? Of zonder die toevoegingen?
- Lezen we letterlijk-historisch, literair-metaforisch?
- etc.
----------------------
en komen dan op de vraag hoe je op de tekst geprojecteerde aspecten van jezelf uitschakelt bij het Bijbellezen om - sola scriptura - 'alleen de Bijbel' te laten spreken.
...
Inderdaad, dat gaat dus niet. Een individu zonder culturele, psychologische, historische, economische, DNA-, etc. bepaaldheden bestaat niet. Een Bijbeltekst landt evenals andere teksten in een persoon en landt daarmee in een cultuur, in een gemoedstoestand in een reeds aanwezige kennishoeveelheid over de Bijbel. Het uitschakelen van deze zaken als je gaat Bijbellezen, is vergelijkbaar met een Bijbeltekst zonder toehooorder uitspreken: er is geen luisteraar meer, want een mens IS de optelsom van deze bepaaldheden. Het is niet zo dat je emoties achter je kunt laten, cultuur even niet in ogenschouw kunt nemen, je geschiedenis voor even kunt vergeten om zo bij het echte onbevooroordeelde Bijbellezen uit te komen. Je pelt jezelf af en komt uit bij... Niets.
Uit die velerlei vormen van bepaaldheden, verschillend per individu, cultuur etc, vloeit noodzakelijkerwijs voort dat iedere individu, cultuur er zijn eigen Bijbelinterpretatie op nahoudt. Hiervan zijn veel voorbeelden te bedenken: om de allegorische, 3 of 4 voudige uitleg van sommige kerkvaders moeten we nu slechts lachen, de hoeveelheid kerkrichtingen in Nederland geeft eveneens te denken over bijbelinterpretatie en ook de naamgeving van verschillende hedendaagse theologische stromingen, getuigt van het persoons-, tijd- en cultuurgebonden zijn van Schriftuitleg: bevrijdingstheologie, zwarte theologie, feministische theologie, orthodoxe theologie, evangelische theologie, interculturele theologie, en - jawel - ecologische theologie, etc.
De Schrift wordt geschreven
Cees Houtman (emeritus hoogleraar OT aan de Protestantse theologische universiteit in Kampen) heeft na 40 jaar theologische reflectie zijn bevindingen over de studie naar het OT opgeschreven. In zijn boek "De Schrift wordt geschreven" maakt hij korte metten het idee dat 'hét Oude Testament' bestaat. Het OT bestaat, zoals elke andere tekst, alleen in geïnterpreteerde vorm. We hebben niets anders dan interpretatie en iedereen interpreteert anders. En ook de te hanteren regels voor interpretatie (hermeneutiek) zijn aan discussie onderhevig. Derhalve krijgt een Bijbeltekst per generatie, individu, hermeneutische visie, etc. steeds weer een nieuwe betekenis:
"In werkelijkheid zal betekenis ontstaan in een creatief proces van interactie tussen de tekst als de drager van een door een auteur of redactor beoogde betekenis en de interpreet. Met de kennis waarover hij beschikt en met de nodige vooronderstellingen zoekt de interpreet als exponent van een bepaalde traditie in een bepaalde historische context de tekst te verstaan en er betekenis aan te verlenen. Zijn historische, culturele en religieuze context valt in de regel niet samen met die van de auteur of de redactor van de tekst met het gevolg dat 'zuivere' receptie niet tot stand komt en de tekst een nieuwe betekenis krijgt. Eén en ander betekent dat interpretatie als een interactieproces tussen tekst en interpreet de mogelijkheid van vele uiteenlopende en steeds nieuwe interpretaties impliceert. De mate van betekenisverschuiving is afhankelijk van de kennis en de capaciteiten, de congenialiteit met het object van studie, de vooronderstellingen en de plaats in de historie van de interpreet" (Houtman, 2006, p. 153).
Via een encyclopedisch aandoende stortvloed van literatuurverwijzingen naar allerlei Bijbelbenaderingen, met elk hun eigen uitkomsten, laat Cees Houtman er in zijn boek geen twijfel over bestaan dat de geschiedenis van Oud Testamentische excegese gekenmerkt wordt door een oneindige betekenisverschuiving.
En zie daar dan nog maar eens soep van te maken.
Soep
We hebben de Bijbel dus alleen maar in geïnterpreteerde vorm. En we hebben letterlijk miljarden interpreten die er, gezien de geschiedenis van de Bijbelse excegese waar Houtman op wijst, bijna evenveel interpretaties op nahouden. Dit geeft natuurlijk te denken. Te denken over hoe wij dan interpreteren, hoe cultureel gebonden dit dan is en waar 'grenzen' van interpretatie liggen.
Naast dat we inhoudelijk over onze interpretatie en haar grenzen als kerk dienen na te denken, is er denk ik nog een belangrijk vraagteken dat Houtman oproept. Een vraagteken bij het vastleggen en afdwingen van een bepaalde interpretatie via belijdenisgeschriften. Vooropgesteld: belijdenisgeschriften zijn waardevolle documenten, alszijnde een historisch bepaalde neerslag van een generatie in gesprek met de Bijbel. Echter, als bestaande theologie en belijdenis vernieuwende, (uiteraard wederom tijdgebonden) interpretaties en herinterpretaties uitsluiten, dan zullen theologie en belijdenis verworden tot wat Kuitert in de Volkskrant noemt 'verlaten teksten': ze staan er, op papier, maar ze doen er niet meer toe want het zijn niet meer ónze tijdgebonden vragen en ónze tijdgebonden antwoorden*.
Tegelijkertijd kan van een compleet relativisme en een overgeven van de Schrift aan iedere ondeskundige die er vervolgens uit mag halen wat hij maar wil, ook geen sprake zijn. Cees Houtman vindt dat ook niet (p. 190). Waar ik me maar steeds aan vasthoudt: als er in de Bijbel staat 'boom' dan kunnen we het misschien nog hebben over struik, of plant, terebint, olijfboom of iets dergelijks, maar 'huis' of 'steen' kunnen we waarschijnlijk toch wel doorstrepen. Met andere woorden: Je kunt veel uit de Bijbel halen, maar niet alles. Met meer kennis van de Bijbel en de cultuur van toen, kunnen we misschien dichter naderen tot de betekenis en bedoeling van een tekst, dan wanneer we blanco zouden lezen. De theologie moet binnen deze interpretatiegrenzen, die uiteraard vaag, tijdgebonden en continu zijn, nieuwe tijdgebonden antwoorden formuleren.
Dat moet wat mij betreft (maar goed, wie ben ik) vergezeld gaan van de uiterst Bijbelse les - die het verder vooral ellendige postmodernisme ons dan toch nog leert - dat bescheidenheid belangrijk is. Niet alleen in het dagelijkse christelijke leven, maar ook in de excegese. (En voor diegenen die vinden dat dit klinkt als een wel erg 21e eeuws verhaaltje... dat klopt.)
---------------------
* Voordat je begrijpt waarom de catechismus uit 1563 de Paapse mis met haar transsubstantiatie gelijkstellen met vervloekte afgoderij, heb je behoorlijk wat voorstudie te doen: de leer van de transsubstantiatie is gebaseerd op de filosofie van Aristoteles over substantie. Ondertussen verzand je in Aristoteles-interpretatie-discussies waar een gewone kerkganger geen kaas meer van gegeten heeft.
Dit neemt niet weg dat, als je er verstand van hebt, je er een mening over kunt hebben. Dat je voor of tegen transsubstantiatie kunt zijn. Het wil alleen óók zeggen dat we ondertussen, gereformeerd en kathololiek, al transsubstantiatie-uitvechtende blijven zitten met vragen over of de Bijbel ook nog wat te zeggen heeft over massaconsumptie, individualisme en het fenomeen voedselbanken. De twee katholieken die ik gevraagd heb naar de transsubstantiatieleer weten of zelf niet wat het is, of nemen het er niet zo nauw mee. De tekst uit de catechismus is misschien wat Kuitert noemt een 'Verlaten tekst'.
Nog een noot bij deze noot: gelukkig klinken er uit orthodox theologische en politieke hoek inmiddels geluiden om die de tenenkrommende frase 'vervloekte afgoderij' te skippen.
---------------------
Literatuur
Houtman, C., (2006). De schrift wordt Geschreven. Meinema. Zoetermeer
Kuitert, H.M. (2010). Verlaten teksten. in 'Trouw' 20 febr.
maandag 15 februari 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen